Solo recital programma 2015-2016

Programma 1 “Schumann, literaire inspiratie en Schubert”

R. Schumann
Waldszenen opus 82
1. Eintritt
2. Jäger auf der Lauer
3. Einsame Blumen
4. Verrufene Stelle
5. Freundliche Landschaft
6. Herberge
7. Vogel als Prophet
8. Jagdlied
9. Abschied
F. Schubert
Vier Impromptus, D. 935 (Op. posth. 142)
No. 1 in f minor
No. 2 in A-flat major
No. 3 in B-flat major
No. 4 in f minor
R. Schumann
Kreisleriana opus 16
1. Äußerst bewegt
2. Sehr innig und nicht zu rasch
3. Sehr aufgeregt
4. Sehr langsam
5. Sehr lebhaft
6. Sehr langsam
7. Sehr rasch
8. Schnell und spielend

 

 

Programma 2

F. Chopin Nocturne in B-Flat minor Op. 9 No. 1
F. Chopin Barcarole in F-sharp major, Op. 60
F. Chopin Nocturne in C minor Op. 48 No 1
F. Chopin Ballade No.4 in F minor, Op. 52
M. Ravel Gaspard de la nuit
Ondine
Le Gibet
Scarbo

R. Schumann, Waldszenen opus 82

Robert Schumann had de neiging om zich per periode in zijn leven steeds te concentreren op één genre. Zo zijn veel van zijn pianosolo stukken ontstaan in de eerste tien jaar van zijn carrière (de dertiger jaren van de 19e eeuw). 1840 was een jaar van liederen, 1841 het jaar van symfonieën. Toen hij in december 1848 met zijn Waldszenen begon, had hij op deze manier bijna alle muzikale genres, inclusief een grote werk als een oratorium op papier gezet.

Waldszenen is ontstaan uit deze rijke ervaring. Op zijn rijpste moment heeft Schumann ervoor gekozen om de essentie van zijn muziek in deze acht miniaturen vast te leggen; muzikale gedichten, poëzie en muziek in één. Net als in poëzie, beeldt Schumann in Waldszenen met minimaal materiaal zijn krachtigste voorstellingvermogen uit. Het literaire element staat centraal in deze cyclus. Zo heeft hij bij zich bij zes van de negen stukken laten inspireren door romantische gedichten over het bos. Het muzikale idee is meestal uitgegaan van zangerige melodieën, net als bij de liederen. Schumann gaf veel aandacht aan deze cyclus. Hij bleef correcties aanbrengen totdat Waldszenen uiteindelijk pas in september 1850 echt voltooid was.

 

F. Schubert, Vier Impromptus, D. 935 (Op. posth. 142)

Schubert heeft zijn Impromptu’s opus 142 in 1827, een jaar voor zijn dood, geschreven. De Impromptu’s bestaat uit 4 stukken. Aan ene kant zijn de vier delen contrasterend van karakter en aan de andere kant vullen ze elkaar mooi aan. Daardoor vormen zij een prachtig geheel. Schumann , een grote bewonderaar van Schubert, noemde opus 142 daarom “bijna een sonate”. Het eerste deel is een soort “Winterreise,” en heeft een vertellend karakter. De muziek wandelt door een droom zonder een uitweg te vinden. Na het liedachtige tweede deel volgt een fraai variatiedeel. Het laatste deel is een aanstekelijke volksdans.

 

R. Schumann, Kreisleriana opus 16

Kapelmeester Johannes Kreisler, de hoofdpersoon uit E.T.A.Hoffmann’s [boek] “Kreisleriana”, vormde de inspiratiebron voor Schumanns’s opus 16 met dezelfde titel. Deze excentrieke, artistieke, wilde, maar sublieme geest was een afspiegeling van Hoffmann zelf, maar ook Robert Schumann kon zichzelf hierin herkennen. Schumann heeft zijn Kreisleriana in 1838 in zeer korte tijd geschreven –in eerste instantie in vier dagen, met latere correcties en verfijningen in totaal in vier maanden.
Clara Wieck, destijds nog de verboden verloofde van Schumann, schreef hem over dit stuk: “Soms beangstigt jouw muziek mij”. Kreisleriana is inderdaad niet meer zo onschuldig als zijn vroegere werken, zoals als Papillons. Het bevat erg donkere, geagiteerde emoties, maar tegelijkertijd ook ongelooflijk tedere en diepe, filosofische gedachten. Het is een van meeste extreme stuk qua emotioneel bereik uit Schumann’s pianoliteratuur.

Aanvankelijk wilde Schumann Kreisleriana aan Clara opdragen, maar hij kreeg een razende Friedrich Wieck , de vader van de verloofde, tegenover zich, die een fel tegenstander was van hun voorgenomen huwelijk. Schumann heeft toen besloten het stuk niet aan Clara op te dragen. In plaats daarvan heeft hij het stuk opgedragen aan Frédéric Chopin, tot opluchting van Clara.